Ruitervoorkeuren

Gebaseerd op Action Type heeft Suzanne Heemskerk hier het unieke programma van Ruitervoorkeuren uit ontwikkeld.  Met ruitervoorkeuren kun je je eigen motorische leerstijl achterhalen en de training daarop afstemmen. Je krijgt meer inzicht in je eigen functioneren en het geeft handvatten voor communicatie.

Door de het volgen van de cursussen Ruitervoorkeuren Level 1 en Level 2 kan ik als instructeur beter inspelen op de behoeften van de ruiter door aanwijzingen te geven die behoren bij de eigen motorische leerstijl. Met kleine aanwijzingen kunnen er dan al enorme stappen gemaakt worden. 

Het Ruitervoorkeuren profiel maakt mij als instructeur nog bewuster van mijn eigen motorische leerstijl en is naast het Horse Profile een hele mooie aanvulling om nog beter in te kunnen spelen op de voorkeuren van de ruiter.

Klik hier voor meer informatie over een Ruitervoorkeurenprofiel.
Klik hier voor meer informatie over Horse Profile.
Klik hier voor meer informatie over Action Type.

Totaalcoachen XL – Begeleiden met ActionType
De unieke benadering in coachen en trainen
Jan Huijbers, Peter Murphy en Bennie Douwes

Longeren

Longeren kan veel bijdragen aan de gehoorzaamheid en bespiering van het paard. Doordat het paard onbelast (zonder ruitergewicht) loopt zal het eerder ontspannen. Een jong paard kan aan de longe alvast wennen aan stemhulpen en leren bit en zadel te accepteren. Daarnaast kan longeren een afwisseling zijn in je training, hersteltraining na zware training of wedstrijd of een rustig begin na een periode van rust. Maar ook om wat energie kwijt te raken voordat je opstijgt. Het allerbelangrijkste bij longeren is dat je je paard kan zien lopen. Beweegt hij lekker los door zijn lijf, hoe is de bespiering, heeft hij links of rechts meer moeite? Op deze vragen en nog meer kun je antwoord krijgen door je paard tijdens het longeren goed te observeren. Echter goed longeren is een kunst en verdient oefening maar ook een goed rijtechnisch inzicht. 

Bij het longeren heb je keus uit verschillende manieren van bijzetten; chambon, gogue, bijzetteugels, slofteugel, pessoateugel, longeerhulp, touwtjes en dubbele longe. Door de jaren heen heb ik ze allemaal wel eens gebruikt en gezien welk effect het heeft op het paard. Door die ervaring gebruik ik voor mijn eigen paard alleen het touwtje en de dubbele longe en zelfs soms alleen hoofdstel en longe. Dat kan met mijn huidige paard omdat die niet als een raket in de rondte gaat maar mooi ontspannen hoofd/hals wil laten zakken.

Op internet kwam ik een foto tegen over de werking en druk van verschillende manieren van bijzetten. Deze wil ik graag met jullie delen. 

Bij enkele en dubbele longe zijn er nog verschillende manieren van bevestigen. De enkele maak ik zelf het liefste vast met een slag door de binnenbitring aan de buitenbitring. Bij jonge paarden maak ik de longe vast aan de neusring en de binnenbitring. Er zijn nog andere manieren maar die gebruik ik zelf niet doordat er bijvoorbeeld teveel druk achter de oren komt of de bitringen omhoog haalt. Het longeerhulpstukje is ook iets wat ik nooit zal gebruiken. Deze geeft druk op de buitenbitring waardoor het paard naar buiten gaat kijken! De dubbele longe bevestig ik direct aan het bit en ik haal de lijn niet door het bit om deze aan de zijkant of tussen de voorbrengen vast te zetten. Er komt dan teveel druk aan de voorkant terwijl het paard van achteruit naar het bit toe moet net zoals onder het zadel.

Door mijn ervaring als sportmasseur ben ik me meer bewust geworden van het effect wat een bepaalde manier van bijzetten op de bespiering van het paard heeft. Dat heeft mijn visie op het longeren en het bijzetten wel enigszins veranderd omdat ik door de opgedane kennis anders naar het paard ben gaan kijken en ik blijf nog steeds bijleren. Welke manieren van bijzetten gebruiken jullie als je gaat longeren?

Longissimus

In een vorige blog is de m. longissimus thoracis et lumborum, ook wel longissimus dorsi al eens genoemd. Deze spier wordt ook wel de lange rugspier genoemd en loopt zo’n beetje vanaf de punt van het heiligbeen naar de halswervels (C4 – C7) en loopt aan beide zijden van de wervelkolom. De lange rugspier zorgt voor stabilisatie en extensie van de wervelkolom. 

Wat kun je doen om de rugspieren te trainen?

Bij het longeren of rijden is het belangrijk dat de rug bol wordt en niet hol. Bij het gebruik van balken op de grond zal het paard zijn rugspieren gaan ontspannen. Dit kun je uitbouwen naar cavaletti die hoger van de grond af liggen. Ook galopwerk is geschikt voor het trainen van de rug, probeer veel te schakelen en zorg ervoor dat het paard ontspannen is en de halshouding zo is dat de rug bol kan blijven. 

Voor het bevorderen van een goede houding kun je de volgende oefening doen. Hierbij wordt stabiliteit en beweeglijkheid van de rug verbetert. De bespiering van de bovenlijn en de buikspieren worden sterker. De hals, schoft en rug worden gestrecht en de rug welft omhoog. 

Met behulp van een bijv. een wortel vraag je of het paard zijn hoofd naar beneden wil brengen en dan tussen de voorbenen door naar achteren. Doe dit op een rustige manier en kijk goed tot hoe ver het paard kan komen en hou dit enkele seconden vol. Doe dit niet meer dan twee tot drie maal per dag. Forceer niet maar probeer de oefening op te bouwen zodat het paard het hoofd geleidelijk verder naar achteren kan brengen. 

De volgende oefening verbetert ook de beweeglijkheid van de rug.  Hou hierbij wel de eigen veiligheid in acht! Voor de borstbeenlift dient het paard zijn rug omhoog te brengen als gevolg van reactie op een opwaartse druk met de vingertoppen. Leg de vingertoppen op de middellijn tegen het borstbeen ter hoogte van de singelstreek.  Voordat je begint laat je het paard eerst even wennen door met je handen onder zijn buik langs te strijken.  Let op dat het paard ontspannen is en hou tijdens de oefening de reactie van je paard in de gaten. 

Nog meer leuke grondwerkoefeningen voor je paard vindt je in het boek “Pilates en stretching voor paarden” van Gillian Higgins.

Taktverlies


Staat er op je dressuurprotocol wel eens taktverlies, geen zuivere (2, 3 of 4-)takt of onrelgelmatig?

Om je voor een volgende proef te willen verbeteren moet je ook weten wat er onder wordt verstaan.

In het dressuurproevenboekje wordt het als volgt omschreven: ‘Met takt wordt ritme, exacte regelmaaat en de juiste volgorde van de beenzetting behorende bij de desbetreffende gang bedoeld (stap viertakt, draf tweetakt en galop drietakt). Takt is de gelijkmatigheid van de beweging naar afstand (lengte) en tijd. Daarmee wordt bedoeld dat iedere pas even groot is en even lang duurt en ook dezelfde bewegingsafloop heeft. Met ritme wordt de gelijkmatigheid in tijdsduur van de beweging tussen optillen en neerzetten van de benen bedoeld. Dat wil zeggen dat iedere pas even langt duurt. Het door het paard in alle gangen vasthouden van het ritme is het basisbeginsel voor de dressuur. Onder regelmaat wordt het gelijk blijven in tijdsduur van de ondersteuningsmomenten van de benen van het paard en de gelijke paslengte behorende bij de desbetreffende gang verstaan. Het gaat om de gelijkmatigheid van de beweging naar afstand, iedere pas is even lang (bijvoorbeeld kort – lang is onregelmatig).’ 

Takt is de zuiverheid van de beweging en is in het ‘scala van de africhting’ het eerste wat genoemd wordt in de vertrouwensfase. De stap is een viertaktbeweging, elk been wordt afzonderlijk opgetild en weer neergezet. De draf is een tweetaktbeweging, diagonale benenparen worden afgewisseld met een zweefmoment. De galop is een drietaktbeweging met in de linkergalop de volgende beenzetting; rechtsachter, rechterdiagonaal, linksvoor, zweefmoment.

Taktverlies onstaat vaak door balansverlies of verkeerd inwerken van de ruiter maar kan ook ontstaan door spanning (zowel van het paard en/of de ruiter), niet goed passend zadel (beperkt de beweging), spierproblemen of medische problemen. 

Probeer taktverlies op te lossen door het paard voorwaarts te rijden en het niet in zijn bewegingen te belemmeren. Blijft het paard taktverlies tonen dan is het belangrijk om uit te zoeken (met deskundige experts) waar het vandaan komt. 

Veel succes met proeven rijden!

Grondwerk

Doen jullie wel eens grondwerk met je paard of pony?

Naast je dagelijkse rijden kan grondwerk een toevoeging zijn in de training van je paard. Grondwerk kan helpen met het verbeteren van de lenigheid van je paard, je kan hem losser maken in de buiging, rechter maken, zijgangen aanleren. Daarnaast helpt het in geval van spanning en stress, het leren omgaan met enge en/of bewegende objecten en geluid.

Er zijn verschillende manieren om iets in het grondwerk te doen zoals: loswerken, met leadrope, lange teugelen en dubbele lange lijnen. Op Facebook en Youtube zijn er verschillende gratis filmpjes of online minicursussen te vinden van mensen die hierin hun kennis delen (vaak bieden zij ook online trainingen aan) waar je al best veel mee kan. Trtmethod, DressuurNatuurlijk, Freestyle Academy, Feather Light Horsemanship, Sport & Horsemanship United, Human & Horse Academy om er maar eens een paar te noemen. 

Doordat de bodem afgelopen winterperiode te nat was om te rijden of te longeren ben ik begonnen met wat basis grondwerk. Daarnaast wil ik me zelf blijven ontwikkelen om het paard en de ruiter te helpen verbeteren en problemen op te kunnen lossen in de training. Een touwhalster met leadrobe en een kaptoom had ik reeds in bezit en heb beide uitgeprobeerd. Mijn paard gaf de voorkeur aan het touwhalster dus daar ben ik verder mee gaan werken. Het verbaasde mij hoe snel mijn paard het oppakte, het buigen, het zijwaarts en achterwaarts gaan, schouderbinnenwaarts en zelfs het ‘inparkeren’ is haar niet vreemd meer. 

Grondwerk is ook uitermate geschikt in de opvoeding van een paard, denk hier bij o.a. het leiden van een paard, het fatsoenlijk naar het land brengen zonder dat je er heen gesleurd wordt, het voorbereiden van een jong paard op het zadelmak maken, en natuurlijk niet te vergeten met het trailerladen. Het is prima te gebruiken in een revalidatietraject en mocht je zelf door omstandigheden niet kunnen rijden. 

Grondwerk is een leuke afwisseling maar het allerbelangrijkste is dat door grondwerk de communicatie met je paard verbeterd. Hij snapt beter wat je van hem vraagt waardoor je meer op elkaar ingespeeld raakt.

Ik ben erg benieuwd of jullie ook met grondwerk bezig zijn dus plaats rustig je filmpjes, foto’s en je verhaal. 

Veel plezier. 

Welke gevolgen heeft een slecht passend zadel voor de spieren van je paard?

De zadelregio is een gebied waar ik als sportmasseur vaak problemen tegen kom. Als een zadel niet goed ligt kunnen er verschillende problemen ontstaan zoals:

Problemen met aansingelen/zadelen; moeite hebben met stelling links of rechts, niet in willen buigen; verminderde voorwaartse drang; verminderd naar voren grijpen voorbeen; lastig met opstappen; protest tijdens werk (bokken/staken); scheef lopen; rug niet willen gebruiken (zwaaien met de staart); verminderde bespiering bij de schoft; moeite hebben met linker- of rechtergalop; moeite hebben met zijgangen.

Welke spieren liggen in de zadelregio en wat is nu de functie van deze spieren:

Longissimus thoracis et lumborum (foto 2. nr. 14/15 oranje); is een stabilisator en strekker.
Spinalis (foto 2 nr. 13 geel); zorgt voor eenzijdige, tweezijdige en laterale buiging, stabilisator en strekker laag cervixaal (oprichting) en thoracaal.
Iliocostalis (foto 2 nr. 16 donkergeel); zorgt voor zijdelingse buiging, strekt en stabiliseert.
Trapezius thoracale deel (foto 1 nr. 12 oranje); brengt het voorbeen naar voren, zijdelingse beweging naar buiten.
Serratus ventralis thoracale deel (foto 1 nr. 26 bruin); brengt het voorbeen naar voren, ondersteuning romp, hulp bij inademen.
Lattisimus dorsi (foto 1 nr. 13 geel); brengt het been naar achteren, buiging schoudergewricht.
Pectoralis profundus (foto 1 nr. 27 zwart); brengt het been naar achteren, zijdelingse beweging naar binnen.

Foto 1

Foto 2

                                                                                                 

Herken je één van boven genoemde problemen dan is het raadzaam een sportmasseur in te schakelen. Die kan inschatten of het zadel problemen oplevert. Ook na aanpassing van het zadel door een goede zadelmaker kan de sportmasseur een helpende hand bieden in het losmaken van de spieren die door het verkeerd liggende zadel problemen hebben opgeleverd.

Houding en zit

Houding en zit

Onze paarden behandelen we als de atleten die het zijn. Ze krijgen vaak een grondige check, hoefsmid komt regelmatig en ook de tandarts. Het zadel, hoofdstel en bit wordt aangepast en regelmatig komt de sportmasseur, cranio-sacraaltherapeut, chiropractor of een andere specialistvoor een behandeling. Dit alles ter bevordering van de prestaties van het paard. Echter hierin vergeten wij ons zelf nog wel.  Zit je niet goed of recht op het paard, dan haal je hem uit balans wat ten koste gaat van de prestaties. Om te weten waar je valkuilen zitten is een flexchair of  een sessie op een mechanische of electrische simulator een goede manier om met je houding bezig te zijn en te leren waar je op moet focussen om te verbeteren.

Op advies van paardensportmasseur ga ik zelf al een aantal jaren elk kwartaal naar de chiropractor voor het behandelen van mijn rug. Deze was door compensatie stijf geworden maar is door de behandelingen al enorm verbeterd. 

Afgelopen vrijdag mocht ik met een leerling mee naar Paard en Harmonie voor een introductiesessie op een mechanische simulator. Wij waren benieuwd of we erachter konden komen van waaruit haar houdingsproblemen vandaan kwamen. Het mechanische paard ‘beweegt’ wel waardoor er goed naar de houding gekeken kan worden en je ook kan laten voelen waar je valkuilen en/of verbeterpunten zitten. Mijn rug was hier niet het probleem maar mijn enkels bleken stijf te zijn. 

Ik heb met een andere leerling al eens een gecombineerde sessie met de flexchair en de dressuursimulator mogen bijwonen bij het Ruiterbalanscentrum en ik kan zeggen dat dit je enorm kan helpen in de bewustwording van je houding. 

Daarnaast zijn er verschillende manieren om je houding te verbeteren zoals ruiterfittrainingen, balanscoach, Franklin Balls etc. 

Via welke manier werk jij aan je houding en zit? 

Buitenschouder begrenzen

Buitenschouder begrenzen of loopt over buitenschouder weg

Heb dit je wel eens gehoord van je instructeur of gelezen op je protocol? Met name bij voltes of het wijken is dit een veel gebruikte term. Ik kom dit tijdens mijn lessen ook vaak tegen.

De eerste reactie bij het insturen van een wending is om dit vanuit de binnenteugel te doen. Het hoofd wordt dan wel naar binnen gebracht maar de schouders van het paard gaan naar buiten, het paard zal hierdoor uitzwaaien of in sommige gevallen zelfs gewoon rechtdoor gaan.

Loopt over buitenschouder weg

Probeer bij het inzetten van een wending of volte de schouders mee te nemen met beide teugels en niet te veel buiging te vragen in de hals. Loopt het paard over de buitenschouder weg dan met de buitenteugel de schouder er weer onder plaatsen en niet corrigeren vanuit de binnenteugel want dat maakt het alleen maar erger. Reageert hij goed wel weer ontspannen.

Het over de buitenschouder weglopen heeft te maken met het evenwicht van het paard. Vaak zul je ook merken dat als je in een binnenbak langs de bakrand rijdt het paard met de schouder tegen de kant aan blijft ‘kleven’. Een goede oefening hiervoor is om op de 2e of zelfs 3e hoefslag te gaan rijden. Rijdt het paard met voldoende impuls om de achterbenen goed te laten onder treden.  Je kunt het paard ook kleine stukjes naar buiten laten kijken en iets met het buitenbeen naar binnen drukken om het schouders naar binnen te plaatsen te oefenen zodat het later op de hoefslag makkelijker wordt. 

Bij het wijken zie je vaak dat het paard (nog) niet voldoende reageert op de hulp of niet voldoende draagkracht heeft. Het gebruik van de binnenteugel tijdens het wijken zorgt er alleen maar meer voor dat de buitenschouder naar buiten weggezet wordt. Oefen steeds kleine stukjes zijwaarts en rij dan weer rechtuit zodra je merkt dat het moeilijk wordt om de buitenschouder te blijven begrenzen. In het rechtuit rijden kun je desnoods wat schakelen.  

Bij het schouderbinnenwaarts is het belangrijk dat je de buitenschouder meeneemt bij het inzetten. De voorhand wordt naar binnen geplaatst en dient op de binnenhoefslag te komen door met beide teugels de schouders mee te nemen en begrenzen met het buitenbeen. Ook hier geldt weer kleine stukjes en denk erom los te laten na de inzet. 

Succes met oefenen!